Samuel Hahnemann
Samuel Hahnemann
Hahnemann’s jeugd en studietijd
Hij groeide op in een familie die leefde van de porseleinindustrie. Zijn vader wilde dat Samuel in die traditie zou blijven, maar de kleine Samuel bleek al snel veel meer talent te hebben voor talen. Op zijn twintigste was hij reeds meester in Engels, Frans, Italiaans, Grieks en Latijn. Later kwamen daar Arabisch, Syrisch, Chaldeïsch en Hebreeuws bij. Uiteraard vergeet men dan nog Duits. Hahnemann verdiende zijn brood dan ook met teksten vertalen en thuis- en bijles geven. De interesse voor de geneeskunst bleef echter: uit de vele studies die hij pleegde, ook tijdens het vertalen, verbaasde hij zich over de geneesmethoden en de schrikverhalen van patiënten.
Hahnemann besloot daarom medicijnen te gaan studeren, eerst twee jaar in Leipzig, maar uit onvrede over het niveau der professoren en het gebrek aan goede medische faciliteiten besloot hij deze Duitse stad te verruilen voor Wenen. Na tien maanden in armoede geleefd te hebben verkoos hij alsnog voor de Universiteit van Erlangen, en daar studeerde Hahnemann af met lof in 1779 op een dissertatie over de ‘oorzaken en behandelingsmethoden van krampen’.
Hahnemann wordt geneesheer
Niet lang daarna, in 1781, nam Hahneman een dokertspositie aan in Mansfeld, Saksen. Hij trouwde eveneens met Johanna Henriette Kuchler; samen zouden zij een enorme tijd doorbrengen en elf kinderen op aarde brengen. Onderwijl maakte Hahneman zich nog altoos kwaad over de geneeskundige (of beter gezegd onkundige) praktijken van die tijd. In 1784 gaf Hahnemann zijn eigen praktijk op en besloot hij de kost te verdienen met vertalen en schrijven. Dat bleek achteraf een gouden greep daar hij stuitte op het werk van William Cullen: “A Treatise on the Materia Medica“, welke Hahnemann van vertaling voorzag. In dit werk claimde Cullen dat de Kininebomen in Peru een effectief middel bleek te zijn tegen malaria, vanwege de samentrekkende werking van de boomschors, de kininebast. Omdat het principe van samentrekken in andere gevallen niet effectief bleek te zijn tegen malaria besloot Hahnemann over te gaan tot een geneesmiddelproef bij zichzelf. Daarbij ontwikkelde Hahnemann “drugs-achtige” symptomen en hij concludeerde dat deze symptomen op zouden komen bij elk gezond individu. Hiermee kwam Hahnemann tot het formuleren van zijn grondthese, nl.:
“Datgene wat een set van symptomen kan produceren in een gezond individu, kan een ziek persoon die de dezelfde symptomen heeft, genezen.”
Hahnemann: grondlegger der homeopathie
Deze grondthese zou later bekend worden als “similia similibus curentur” oftewel, ‘het gelijkende geneest het gelijke’ Hiermee was de homeopathie (Oud Grieks:Â homoios=gelijksoortig, pathos=lijden of ziekte) geboren.
De testen, geneesmiddelproeven, die Hahnemann deed bleken veel te grof te zijn. Omdat de substantie van de originele stof vaak nog in volle mate aanwezig was bij de inname produceerde deze soms zeer heftige vergiftigingsverschijnselen. Hahnemann loste dit probleem op door zijn tweede grondthese te formuleren: het principe van potentiëren, het op een systematische manier verdunnen en schudden van de stof. Dit bleek de sleutel te zijn voor het succes. In grote en hoge mate verdunde stoffen bleken juist een effectieve, geneeskrachtige werking uit te oefenen op het menselijk lichaam, een die het organisme snel, krachtig en haast onopmerkzaam genas, keer op keer weer. Hahnemann ontwikkelde verschillende potentiegraden. Sommigen waren zo hoog dat er geen enkele molecule meer over was van de originele stof in het geneesmiddel. Dit is wat wetenschappers tot op de dag van vandaag van homeopathie verwijdert. Over dit verschil van inzicht leest u meer in het artikel ‘het paradigmaverschil tussen homeopathie en de huidige wetenschap’
Hahnemann boekte al snel veel succes met zijn methode; hij deed in de loop van de jaren 1790-1820 onnoemelijk veel uitvindingen en verwierf daarmee zowel vele tegenstanders als volgers. Hahnemann bleef zijn hele leven omstreden: zowel verguisd als vergoddelijkt. Dag in dag uit vocht hij tegen zijn tegenstanders en werkte hij aan zijn leer. Dit bereikte zijn hoogtepunt in de ‘Leipzig periode’ (vanaf 1811). Hahnemann doceerde homeopathie aan de Universiteit van Leipzig en beleefde hier een uiterst moeilijke tijd.
Hahnemann overlijdt
Deze man combineerde ongekende werklust, energie en discipline tezamen met een haast onmogelijk gezinssituatie: een uiterst dienstbare vrouw hield het gezin echter bijeen tijdens de ontelbare verliezen (Hahnemann verloor meerdere kinderen), verhuizingen, tijden van armoede en verguizing. Na de dood van zijn vrouw vertrok Hahnemann op bejaarde leeftijd naar Parijs waar hij de nog jonge Marie Melanie d’Hervilly ontmoette en tot zijn tweede echtgenoot maakte. Zij zou een trouwe partner in zijn leven worden alsook een volgeling van zijn leer.
Samuel Hahnemann overleed op 1843 te Parijs. De stichter van de tweede belangrijkste geneeskunst in de wereld, homeopathie, is onder meer auteur van:
Organon der Geneeskunst
Materia Medica Pura
Chronische Ziektes
Hahnemann ontwikkelde de homeopathie in een tijd waarin de geneeskunst op een veel lager peil stond dan heden ten dage. Hahnemann zag mensen om zich heen alleen maar zieker en slechter worden na geneeskundige behandelingen in plaats van verbeteren.
Zijn leer is niet door iedereen goed opgepakt. Veel apotheken bijv. die pretenderen ‘homeopathische middelen’ te verkopen gooien in feite kruidgeneeskundige (fytotherpeutische) middelen op de markt. Daarmee wordt overigens niet beweerd dat daar geen resultaten door behaald kunnen worden, maar het is verkeerd om daar het naamplaatje homeopathie op te plakken. Ook zijn er zogenoemde genezers die zich homeopaath noemen maar de leer van Hahnemann totaal niet meer volgen. Ze schrijven bijv. meerdere middelen tegelijk voor. Over het verschil tussen klassiek homeopaten en overige vormen van ‘homeopathie’ en waarom dat verschil er bestaat, leest u meer bij het artikel ‘potenties‘.
-
Nieuwsbrief
Schrijf u in
-
Discussieer hierover in het forum
Naar het forum

