Homeopathie: De Ultieme Nepper… (?)

Dit artikel is een vertaling van Homeopathie Netwerk. De originele auteur is Stephen Barrett, M.D. We hebben dit artikel laten vertalen om te laten zien hoe onwijs de kritiek is op homeopathie, waar dit artikel een mooi bewijs van is. Het is ongelooflijk hoe onfundamenteel de kritiek is en hoe weinig het bijdraagt aan het leren begrijpen van homeopathie.

Homeopathie: legale kwakzalverij?
Homeopathische behandelwijzen hebben een vrij unieke positie verworven in de markt voor gezondheidszorg: Ze zijn de enige vorm van kwakzalverij die legaal gepromoot mogen worden als medicijnen. Deze situatie is het gevolg van twee oorzaken. Ten eerste, de federale wet voor Voeding, medicijnen en Cosmetica, welke door het Congres geloodst werd door een homeopathische arts die ook senator was. Deze wet erkent onder andere alle middeltjes uit het Homeopathic Pharmacopeia of the United States als medicijnen. Ten tweede, de Amerikaanse Voedsel en Waren Autoriteit heeft nooit dezelfde eisen gehanteerd voor homeopathische middelen als voor andere medicijnen. Vandaag de dag zijn ze te krijgen in gezondheidswinkels, in apotheken, bij de huisarts, bij grote distributeurs, via de post en via het internet.

Belangrijkste Misconcepties
Samuel Hahnemann (1755-1843), een Duitse arts, begon eind 18e eeuw met het formuleren van de basisprincipes van homeopathie. Hahnemann was terecht ongerust over aderlaten, het gebruik van bloedzuigers, zuiveren en andere medische praktijken uit zijn tijd die veel meer kwaad dan goed deden. Hij bedacht dat deze behandelingen de bedoeling hadden om de “humeuren van het lichaam in evenwicht te brengen door tegengestelde effecten.” Hij ontwikkelde zijn “Wet van Similia” – het idee dat symptomen van een ziekte genezen kunnen worden door extreem kleine hoeveelheden van stoffen die in grote dosissen gelijksoortige symptomen veroorzaken in gezonde personen. Het woord “homeopathie” stamt uit het Griekse Homoios (gelijk) en pathos (lijden of ziekte).

Samuel Hahnemann
Hahnemann en zijn vroege volgelingen deden testen (‘provings’) waarin ze kruiden, mineralen en andere stoffen gaven aan gezonde mensen, waaronder zijzelf, en hielden nauwkeurig bij wat ze observeerden. Later werden deze observaties samengevoegd in een grote referentiewerken genaamd materia medica, welke gebruikt worden om de symptomen van een patiënt te matchen aan een “bijbehorend” geneesmiddel.Hahnemann verklaarde dat ziektes een teken zijn van een storing in de zelfgenezend vermogen van het lichaam en dat slechts een kleine stimulans nodig is om het genezingsproces op gang te brengen. Hij beweerde ook dat chronische ziektes tekens waren van een onderdrukte jeuk (psora), een soort miasme of kwade geest. In het begin gebruikte hij kleine dosissen van geaccepteerde medicijnen. Later gebruikte hij echter enorm verdunde middelen en bedacht dat hoe kleiner de dosis, hoe krachtiger het effect – Een idee dat meestal “wet van infinitesimale verdunningen.” Dat is natuurlijk precies het tegenovergestelde van de relatie tussen dosis en reactie die farmacologen hebben bewezen.

De basis voor het erkennen van de Homeopathic Pharmacopeia is niet modern wetenschappelijk onderzoek, maar homeopathische “testen” uitgevoerd in de 19e en vroege 20e eeuw. De huidige (negende) editie beschrijft hoe meer dan duizend middelen klaargemaakt worden voor homeopathisch gebruik. Het zegt niet welke symptomen of welke ziekte bij welke homeopathische middelen horen; dat is aan de behandelaar (of fabrikant) om te bepalen. Het feit dat substanties die in het werk genoemd worden wettelijk erkend worden als “medicijnen” betekent niet dat de wet of de warenautoriteit ze als werkend beschouwd.

Omdat de homeopathische behandelingen eigenlijk minder gevaarlijk waren dan die van de gevestigde wetenschap uit de 19e eeuw, begonnen veel medische behandelaars ze te gebruiken. Ten tijde van de eeuwwisseling kende homeopathie ongeveer 14.000 behandelaars en 22 scholen in de Verenigde Staten. Maar naarmate de medische wetenschap en medisch onderwijs zich ontwikkelden, nam homeopathie snel af in Amerika, waar de scholen gesloten werden of overstapten op moderne methoden. De laatste echte homeopathische school in Amerika sloot tijdens de jaren 1920 haar deuren [1].

Veel homeopaten houden vol dat bepaalde mensen een speciale affiniteit met een bepaalde geneeswijze hebben (hun “constitutionele behandeling”) en er baat bij zullen hebben met verschillende aandoeningen. Dergelijke remedies worden voorgeschreven aan de hand van het “constitutionele type” – vernoemd naar de bijbehorende behandeling op een manier die doet denken aan de typificatie van aan de hand van sterrenbeelden. Het “Ignatia Type” bijvoorbeeld, is een jonge vrouw met blond of lichtbruin haar, blauwe ogen en een fijne tint, die aardig is, angstig, romantisch, emotioneel en vriendelijk maar verlegen. Het “Nux Vomica Type” is meestal agressief, strijdlustig, ambitieus en hyperactief. Het “Zwavel Type” is graag onafhankelijk. Enzovoorts. Klinkt dit als een rationele basis voor diagnose en behandeling?

De “geneesmiddelen” zijn op zijn hoogst Placebo’s
Homeopathische middelen worden gemaakt van mineralen, plantenextracten en enkele andere bronnen. Als het originele middel op te lossen is, wordt een enkel deel opgelost in 9 of 99 delen van gedestilleerd water en/of alcohol en hevig geschud (succussie); als het niet oplosbaar is, wordt het fijngemalen en verpulverd in gelijke proporties met poedermelk. Een deel van het verdunde medicijn wordt dan nog verder verdund, en het proces wordt herhaald tot de beoogde verhouding bereikt is. Verdunningen van 1 op 10 worden aangegeven met de Romeinse X (1X = 1/10, 3X = 1/1,000, 6X = 1/1.000.000). Verdunningen van 1 op 100 worden op vergelijkbare wijze aangegeven door het Romeinse nummer C (1C = 1/100, 3C = 1/1.000.000, enzovoorts). De meeste behandelingen vandaag de dag variëren van 6X tot 30X, maar er zijn ook producten van 30C of meer te krijgen.

Een 30X verdunning betekent dat de originele stof 1.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000 maal verdund is. Ervan uitgaande dat een kubieke centimeter water 15 druppels bevat, is dit nummer groter dan het aantal druppels water dat nodig zou zijn om een bak 50 keer zo groot als de Aarde te vullen. Denk aan een druppeltje rode verf dat in een dergelijke bak wordt toegevoegd en gelijkmatig verdeeld. De wet van infinitesimalen van homeopathie stelt dat elke druppel die daarna verwijderd wordt uit de bak een deel van de essentie van roodheid zou bevatten. Robert L. Park, Ph.D., een gerenommeerd natuurkundige en directeur van The American Physical Society, merkt op, dat omdat de kleinst mogelijke hoeveelheid van een stof een enkel molecule is, dat een verdunning van 30C, minimaal één molecule van de originele stof opgelost in 1.000000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000.000 moleculen water moeten hebben. Hiervoor zou een bak nodig zijn die meer dan 30.000.000.000 keer groter is dan de Aarde.

Oscillococcinum, een 200C product “voor het verzachten van verkoudheid en grieperige symptomen,” kent verdunningen die nog veel onwaarschijnlijker zijn. De “werkzame stof” wordt gemaakt door de incubatie van kleine hoeveelheden verse eendenlever en hart voor een periode van 40 dagen. De resulterende oplossing wordt dan gefilterd, gevriesdroogd, gerehydrateerd, meermaals opgelost, en dan doordrenkt in suikerkorrels. Als een enkele molecule van het eendenhart of lever het verdunningsproces zouden overleven, zou de concentratie 1 op de 100200 zijn. Dit enorme getal, met 400 nullen, is vele malen groter dan het geschatte aantal moleculen in het hele universum (ongeveer 1 googol, een 1 gevolgd door 100 nullen). In de uitgave van 17 februari 1997, stelt U.S. News & World Report dat slechts één eend per jaar nodig is om dit product te maken, dat een omzet genereerde van US$ 20 miljoen in 1996. Het blad noemde die pechvogel, “De eend van $20 miljoen.”

De wetten van de scheikunde stellen wel degelijk dat er een grens is aan de mate van verdunning zonder de originele stof te verliezen. Deze grens, welke te maken heeft met het nummer van Avogadro, correspondeert met de 12C en 24X potentieringen (1 deel op de 1024) in de homeopathie. Hahnemann was er zelf ook van bewust dat het vrijwel onmogelijk is dat er een ook maar één molecule van de originele stof zou achterblijven in deze extreme verdunningen. Maar hij geloofde dat het heftig schudden of verpulveren bij elke stap van verdunning een soort “geestachtige” essentie achterlaat- “niet langer te herkennen door de zintuigen”- welke geneest door de “levenskracht” van het lichaam te herstellen. Moderne voorstanders stellen dat zelfs wanneer het laatste molecule verdwenen is, er een “herinnering” van de stof wordt vastgehouden. Dit idee is niet onderbouwd. Daarbij, als het al waar was, zou elke stof die in aanraking kwam met een watermolecule een “essentie” achterlaten die krachtige (en onvoorspelbare) medische gevolgen heeft wanneer het water gedronken wordt door een persoon.

Argumenten
Veel voorstanders claimen dat homeopathische producten lijken op vaccines omdat beide een kleine stimulans geven om een reactie van het immuunsysteem te genereren. Deze vergelijking gaat niet op. De hoeveelheden werkzame stoffen in vaccines zijn veel groter en kunnen gemeten worden. Ook produceert immunisering afweerstoffen waarvan de concentratie in het bloed meetbaar is, maar zeer verdunde homeopathische middelen hebben daarentegen helemaal geen meetbaar effect. Daarbij worden vaccines preventief toegediend, niet als behandeling voor symptomen.

Stan Polanski, een doktersassistent werkzaam in de publieke gezondheidszorg nabij Asheville, North Carolina, heeft nog wat inzichten verschaft:

• Bedenk hoeveel stoffen er aanwezig moeten zijn in een hoeveelheid van een molecule of meer in elke dosis van homeopathische middelen. Zelfs onder de meest smetteloze omstandigheden zal de stof in de lucht van de fabriek duizenden verschillende moleculen bij zich dragen, van biologische origine van lokale zaken als bacteriën, virussen, schimmels, lichaamsvocht, huidcellen, insectenuitwerpselen, maar ook van dingen uit de buurt (pollen, aarde-deeltjes, verbrandingsresten), evenals minerale deeltjes van aardse en zelfs buitenaardse komaf (meteoren). Ook hebben de zogenaamd “inerte” oplossingsmiddelen ongetwijfeld een compleet eigen scala aan onzuiverheden.
• Het verdunnings-/potentïeringsproces van homeopathie bestaat uit het stapsgewijs verdunnen tot belachelijke extremen, met “succussie” tussen elke verdunning. Succussie bestaat uit het op een bepaalde manier schudden van of tikken tegen de houder van de verdunning. Tijdens het stapsgewijze verdunningsproces, hoe zou het medicijn in wording moeten weten welke van de ontelbare stoffen in de verdunning nou werkelijk die Ene is die het allemaal moet doen? Hoe kan het dat duizenden (miljoenen?) chemische stoffen weten dat ze op de achtergrond moeten blijven terwijl De Potente gezalfd wordt tot Genezer? Dat dit scenario zou moeten leiden tot afzonderlijke producten die uniek instaat zijn een bepaalde ziekte te behandelen is compleet ongeloofwaardig.
• Dus, tot dat de homeopathie-adepten een redelijk (niet-magisch) mechanisme kunnen bedenken voor “potentiering”-door-verdunning van exact één van de vele stoffen in elk van hun producten, is het onmogelijk om aan te nemen dat ze de juiste werkzame stoffen in hun producten hebben geïdentificeerd. Elk onderzoek dat zegt de effectiviteit van een homeopathisch middel aan te tonen zou bij voorbaat afgewezen moeten worden tenzij het een lijst van alle stoffen geeft die in even grote of grotere concentraties aanwezig zijn als de zogenaamde werkzame stof bij elke stap van het verdunningsproces, evenals een verklaring waarom ze niet als relevant beschouwd worden.
• Het proces van “testen” waarmee homeopaten hebben bepaald welke medicijnen bij welke symptomen horen slaat evenmin ergens op. De testen bestonden uit het noteren van elk beweging, nies, pijn of jeuk die daarna geobserveerd worden- vaak voor dagenlang. Volgelingen van homeopathie nemen zonder meer aan dat elke sensatie het gevolg was van de genomen stof, en dat de extreem verdunde dosissen van die stof daarom het ideale middel zou zijn om iemand te behandelen met exact die symptomen.

Dr. Park benadrukt dat om ook maar een molecule van de werkzame stof binnen te krijgen die zogenaamd in de 30X pillen zou moeten zitten, je er ongeveer twee miljard moet slikken, wat neerkomt op ongeveer duizend ton lactose plus de onzuiverheden die zich in de lactose bevonden.

Celzouten
Sommige producenten van homeopathische middelen bieden twaalf zeer verdunde mineraalproducten aan die “celzouten” genoemd worden. Deze zouden effectief moeten zijn tegen een heel scala aan ziektes waaronder blindedarmontsteking (al dan niet gebarsten), kaalheid, doofheid, slapeloosheid, en wormen. Hun gebruik is gebaseerd op de aanname dat een tekort aan mineralen de reden is voor ziekte. De meeste zijn dermate verdund dat ze niets aan een mineraaltekort kunnen doen als daar al sprake van was. De ontwikkeling van deze aanpak wordt geaccrediteerd aan een 19e eeuwse arts genaamd W.H. Schuessler.

“Elektrodiagnose”
Sommige artsen, tandartsen en chiropractoren gebruiken “elektrodiagnostische” apparaten om te bepalen welke homeopathische behandelingen ze zullen voorschrijven. Deze behandelaars claimen dat ze de oorzaak van elke mogelijke ziekte kunnen bepalen door het ontdekken van een “onbalans in de energie”. Sommige stellen ook dat de apparaten kunnen bepalen of iemand allergisch of overgevoelig is voor bepaalde voedingsmiddelen, vitaminen en/of andere stoffen. De behandeling, die Electro Acupunctuur volgens Voll heet (EAV), of elektrodiagnose of elektrodermaal onderzoek werd in de late jaren 1950 geïntroduceerd door Reinhold Voll, M.D., een West-Duitse arts die het originele apparaat ontwikkelde. Latere modellen zijn onder andere de Vega, Dermatron, Accupath 1000 en de Interro.

Voorstanders claimen dat deze apparaten storingen meten in de stroom van “elektromagnetische energie” door de “acupunctuurmeridianen” van het lichaam. In werkelijkheid zijn het slechts hippe galvanometers die de elektrische weerstand meten in de huid van een patiënt wanneer deze aangeraakt wordt door de sonde. Elk apparaat heeft een krachtbron met laag-voltage. Een draad van het apparaat gaat naar een koperen cilinder omwikkeld met vochtig gaas, die de patiënt in zijn hand houd. Een tweede draad zit aan een sonde waarmee de bediener de “acupunctuurpunten” op de voet of andere hand van de patiënt aanraakt. Dit sluit de stroomkring waardoor het apparaat de elektrische stroom kan meten. De informatie wordt dan doorgegeven aan een meter die een numerieke uitslag geeft. De hoogte van het nummer hangt af van hoe hard de sonde tegen de huid van de patiënt wordt gedrukt. Recentere versies zoals de Interro maken geluidjes en laten de uitslag zien op een computerscherm. De behandeling die gekozen wordt zal afhangen van de omvang van de praktijk van de behandelaar maar kan bestaan uit acupunctuur, een speciaal dieet en/of vitaminesupplementen, evenals homeopathische middelen. Regelgevers hebben sommige types van deze elektroacupunctuur apparaten in beslag genomen, maar er is nog geen systematische poging geweest om ze van de markt te halen.

Voor meer informatie over deze apparaten inclusief afbeeldingen, klik hier. Als u een dergelijk apparaat tegenkomt, lees dan dit artikel en informeer de relevante autoriteiten en verzekeraars.

Slap “Onderzoek”
Omdat veel homeopathische middelen geen meetbare hoeveelheid van het actieve ingrediënt bevatten, is het onmogelijk om te testen of ze daadwerkelijk bevatten wat er op het label staat. In tegenstelling tot de meeste potente medicijnen, is nooit via dubbelblinde klinische onderzoeken bewezen dat deze middelen effectief zijn als geneesmiddelen. Sterker nog, het overgrote deel van homeopathische middelen is nooit getest; de voorstanders vertrouwen slechts op de oude “provings” om te bepalen wat zou moeten werken.

Een artikel in de Review of Epidemiology uit 1990 analyseerde 40 gerandomiseerde onderzoeken die homeopathische behandelingen vergeleken met standaardbehandelingen, placebo’s en geen behandeling. De schrijvers stelden vast dat op drie na alle onderzoeken grove tekortkomingen vertoonden in hun opzet en dat meer een van die drie een positief resultaat rapporteerde. De schrijvers concludeerde dat er geen bewijs is dat homeopathische behandelingen meer waarde hebben dan placebo’s [2].

In 1994 publiceerde het wetenschappelijk tijdschrift Pediatrics een artikel dat stelde dat homeopathische behandelingen effectief bleken tegen milde vormen van diarree onder Nicaraguaanse kinderen [3]. De bewering was gebaseerd op de bevinding dat de “behandelde” groep op sommige dagen minder losse stoelgang had dan de placebogroep. Echter, Sampson en London benadrukten dat: (1) Het onderzoek gebruik maakte van onbewezen diagnostische en therapeutische methoden, (2) er geen voorzorg was tegen vervalsing van de producten, (3) de selectie van de behandelingen was willekeurig, (5) de klinische waarde van de resultaten twijfelachtig waren, en (6) dat er geen relevantie was voor de publieke gezondheidszorg omdat de enige behandeling die nodig is om milde diarree bij kinderen te aan te pakken bestaat uit voldoende water drinken [4].

In 1995 publiceerde het Franse tijdschrift voor farmaceutische producten, Prescrire International, een literatuurstudie met de volgende conclusie:

Omdat homeopathische behandelingen vaak gebruikt worden in omstandigheden met variërende uitkomsten of spontaan herstel (vergelijkbaar met placebo’s), worden deze behandelingen veelal beschouwd als effectief voor sommige patiënten. Ondanks het grote aantal vergelijkende onderzoeken tot nu toe is er echter geen bewijs dat homeopathie effectiever is dan placebobehandelingen onder identieke omstandigheden.

In december 1996 verscheen er een lang rapport gepubliceerd door de Homeopathic Medicine Research Group (HMRG), een groep experts die bij elkaar zijn gebracht door de Commissie voor Europese gemeenschappen. De HMRG bestond onder andere uit homeopathische artsen en onderzoekers en experts in klinisch onderzoek en klinische farmacologie, biostatistiek en klinische epidemiologie. Het doel was om gepubliceerde en niet-gepubliceerde rapporten over gecontroleerde onderzoeken naar homeopathische behandeling te evalueren. Na het bekijken van 184 onderzoeken concludeerde het panel: (1) Slechts 17 waren in hun opzet en rapportering goed genoeg om meegenomen te worden in het onderzoek; (2) in sommige van deze onderzoeken hebben homeopathische behandelingen mogelijk meer effect gehad dan placebo of geen behandeling; en (3) het aantal deelnemers in deze 17 onderzoeken was te klein om conclusies te treken over de effectiviteit van homeopathische behandelingen voor specifieke aandoeningen [5]. Om een lang verhaal kort te maken: het grootste deel van homeopathische onderzoeken stelt niets voor en geen enkel homeopathisch product heeft bewezen effectief te zijn voor enig therapeutisch doel. De National Council Against Health Fraud (nationale raad tegen kwakzalverij) waarschuwt dat de “sekte-achtige eigenschappen van de homeopathische gemeenschap wekt grote vragen op over de betrouwbaarheid van homeopathische onderzoekers.” [6]

In 1997 besloot de Londense gezondheidsautoriteit te stoppen met het vergoeden van homeopathische behandelingen nadat ze hadden geconcludeerd dat er te weinig bewijs was om het gebruik ervan te steunen. Andere instanties stuurden daarvoor meer dan 500 patiënten per jaar naar het Royal Homeopathic Hospital in Londen. Artsen van de publieke gezondheidszorg onderzochten de gepubliceerde wetenschappelijke stukken als onderdeel van een plan om alleen nog maar geld te steken in bewezen behandelingen. De groep concludeerde dat veel van de onderzoeken methodologisch zwak waren en dat recent onderzoek door het Royal Homeopathic Hospital niet overtuigend had bewezen dat homeopathie klinisch voordeel heeft [7].

Een ander onderzoeksteam concludeerde in 2007 dat de homeopathische ‘provings’ zo slecht opgezet waren dat de opgebrachte resultaten niet betrouwbaar zijn [8].

Voorstanders schermen met de enkele “positieve” onderzoeken als bewijs dat “homeopathie werkt.” Zelfs als hun resultaten consistent kunnen worden herhaald (wat onwaarschijnlijk lijkt), blijft het meeste dat een onderzoek naar een bepaald medicijn voor een bepaalde ziekte heeft kunnen bewijzen, dat dat medicijn effectief is tegen die ziekte. Het zou geen validering zijn voor de basisprincipes van homeopathie, of bewijs dat homeopathische behandeling nuttig is voor andere aandoeningen.

Placebo-effecten kunnen zeer krachtig zijn, vanzelfsprekend, maar het potentiële voordeel van het verlichten van symptomen met placebo’s moet afgewogen worden tegen de schade die kan ontstaan – en de geldverspilling – van niet-werkende producten. Spontane remissie speelt ook een rol in de populariteit van homeopathie. Ik geloof dat de meeste mensen die hun herstel wijten aan een homeopathisch product, het net zo goed zonder hadden gedaan.

Homeopaten beweren dat hun zorg veiliger, zachtaardiger, goedkoper en “natuurlijk” is dan traditionele zorg – en meer gericht op voorkomen. Echter, homeopathische middelen voorkomen helemaal niets, en veel leiders in de homeopathie spreken zich openlijk uit tegen immunisering. Net zo slecht is het advies van een homeopathische arts om homeopathische middelen te gebruiken voor vaatziekten, beschreven in een rapport over de conferentie van de National center of Homeopathie in 1997. Volgens het artikel adviseerde de spreker verschillende 30C en 200C producten als alternatieven voor aspirine of cholesterolverlagende medicijnen, welke beide bewezen hebben het risico op hartaanvallen en hersenbloedingen te verlagen.

Illegale marketing
In een onderzoek uit 1992 vond de Amerikaanse voedsel- en warenautoriteit, de FDA, verschillende producten die zonder recept te krijgen waren die gepromoot werden als behandelingen voor ernstige ziektes, zoals hartproblemen, nieraandoeningen en kanker. Een extract van de tarantula spin werd verkocht als middel tegen multiple sclerose; en een extract van cobragif voor kanker.

In 1984 kreeg Botanical Laboratories, Inc., uit Bellingham, Washington een waarschuwing van de FDA dat geen van hun homeopathische producten legaal verkocht zouden mogen worden als medicijnen omdat de producten niet die goedkeuring hadden gekregen. De illegale verkooppraatjes bestonden onder andere uit effectiviteit tegen angina pectoris, hartritmestoornissen, hypoglykemie, jicht, longontsteking, en longabcessen [10].

De meest brutale homeopathische reclamemaker in de VS blijkt het bedrijf Biological Homeopathic Industries (BHI) uit Albuquerque, New Mexico. Het verstuurde in 1983 een catalogus van 123 pagina’s naar 200.000 artsen door heel Amerika. Enkele voorbeelden van hun producten waren BHI Antikanker Stimulans, BHI antivirus, BHI hersenbloeding en 50 andere soorten tabletten waarvan beweert werd dat ze effectief waren tegen ernstige ziekten. In 1984 dwong de FDA BHI te stoppen met de distributie van verschillende productie en om de beweringen voor anderen bij te stellen. Echter, BHI blijft illegale claims maken. Hun doktersgids Physicians’ Reference (“alleen voor professionele zorgverleners”) worden onterecht producten aangeraden voor hartfalen, syfilis, nierfalen, zichtproblemen en vele andere ernstige aandoeningen. Het publicatiegedeelte van het bedrijf geeft elk kwartaal Biological Therapy: Joernal of Natural Medicine uit, wat regelmatig artikelen bevat waarin de schrijvers twijfelachtige beweringen doen. Een artikel uit de april-uitgave voor 1992 geeft bijvoorbeeld een lijst met “indicaties” voor het gebruik van BHI en Heel (gedistribueerd door BHI) producten voor meer dan vijftig aandoeningen, waaronder kanker, angina pectoris en verlamming. En in de uitgave van oktober 1983, die gewijd was aan de homeopathische behandeling van kinderen, werden producten aangeraden voor acute bacteriële infecties van de oren en amandelen. Het artikel wordt beschreven als selecties uit Heel seminars gegeven in verschillende steden door een homeopaat uit Nevada die ook werkt als medisch redacteur voor Biological Therapy. In 1993 publiceerde heel een hardcover boek van 500 pagina’s waarin beschreven werd hoe homeopathische producten ongeveer 450 aandoeningen kunnen behandelen [11]. Twaalf pagina’s van het boek gaan over neoplastische aandoeningen. (Neoplastisch is een medische term voor het beschrijven van tumoren.) Tijdens een osteopathische conferentie in Las Vegas, Nevada in maar 1998 werden door een Heel deelnemer exemplaren van het boek uitgedeeld als reactie op de vraag hoe Heel producten gebruikt dienden te worden. Een editie uit 2000 is groter, maar hier staat het gedeelte over neoplastische aandoeningen niet meer in [12].

Tussen juni 1987 en september 1994 stuurde de FDA nog eens minimaal vijf waarschuwingen naar homeopathische aanbieders:
• Bio-Botanica werd gesommeerd te stoppen met het “Nature’s Answer” merk homeopathische herpescrème voor de verzachting van huiduitslag als gevolg van Herpesvirussen. De waarschuwing stelde ook dat de acné- en allergiebehandelingen van het bedrijf misleidend waren [13]/
• BHI werd gedwongen te stoppen met het claimen dat BHI Cold, dat zwavel en pulsatilla bevatte, effectief was tegen de bof, kinkhoest, chronische aandoeningen van de luchtwegen, herpes zoster, alle virale infecties en mazelen. Daarbij werd er illegaal beweerd dat het in combinatie met andere BHI middelen effectief zou zijn tegen middenoorontsteking, pleuritis, bronchitis, oogontsteking en keelontsteking.
• Botanical Laboratories, Inc., dat de Natra-Bio producten distribueerde moest stoppen met het beweren dan BioAllers een homeopathisch geneesmiddel was voor symptomen als gevolg van allergieën voor pollen, dierenhaar, schimmels en stof. De producten werden verkocht als homeopathisch terwijl sommige ingrediënten niet in de Homeopathica Pharmacopeia staan.
• L.B.L.-Bot.Bio.Hom.Corp uit Roosevelt, New York moest stoppen met de valse claims dat producten AIDS konden voorkomen, cholesterol verlagen, diabetes en bloedkanker en andere ziekten genezen.
• Nutrition Express uit Houston, Texas werd gewaarschuwd dat de producten die werden verkocht als tijdelijke verlichting van ontsteking, milde leveraandoeningen, lymfatische aandoeningen en menstruatiepijn misleidend waren omdat hun er op hun labels formuleringen stonden die aangaven dat de producten bedoeld waren voor het genezen of voorkomen van ziektes.

In 1998 kwam de FDA in actie tegen bedrijven die “dieetpleisters” verkochten met de valse claim dat ze het hongergevoel zouden verminderen. De grootste van dergelijke bedrijven, Meditrend International uit San Diego vertelde gebruikers 1 of 2 druppels van een “homeopathisch hongergevoel middel” op de pleisters aan te brengen en die dan de gehele dag te dragen op een “acupunctuurpunt” op de pols om op “bio-elektrische” wijze het hongergevoel gedeelte van de hersenen te onderdrukken.

Meer Regulering Is Noodzakelijk
Voor zover ik weet heeft de FDA nooit enig homeopathisch middel als veilig en effectief voor een medisch doel bestempeld. In 1995 deed ik in het kader van de Vrijheid van Informatie de volgende aanvraag:

Ik wil graag weten of de FDA: (1) bewijs heeft verkregen dat enig homeopathisch middel dat momenteel in de VS wordt verkocht, effectief is tegen ziektes en gezondheidsproblemen; (2) tot de conclusie is gekomen dat enig homeopathisch middel dat momenteel in de VS wordt verkocht, effectief is tegen ziektes en gezondheidsproblemen; (3) tot de conclusie is gekomen dat homeopathische middelen over het algemeen effectief zijn; of (4) tot de conclusie is gekomen dat homeopathische middelen over het algemeen niet effectief zijn. Stuur mij AUB kopieën van alle documenten in u bezit die relevant zijn voor deze vragen [14].

Een medewerker van het FDA Centrum voor Medicijnevaluatie en Onderzoek antwoordde dat enkele tientallen homeopathische problemen velen jaren geleden waren goedgekeurd, maar dat deze goedkeuringen in 1970 waren ingetrokken [15]. Met andere woorden, na 1970 is geen enkel medicijn als “veilig en effectief” bestempeld voor het gestelde doel. Voor zover ik weet, klopt die bewering vandaag de dag nog steeds.

Als de FDA zou eisen dat homeopathische middelen moeten bewijzen effectief te zijn om verkocht te mogen worden – de eis die ook gesteld wordt aan andere soorten medicijnen – zou homeopathie met uitsterven bedreigd worden in de VS [16]. Er is echter geen aanleiding om aan te nemen dat de organisatie dit overweegt. Medewerkers van de FDA zien homeopathie als een relatief onschadelijk (vergeleken met bijvoorbeeld onbewezen middelen verkocht als medicijnen tegen kanker en AIDS) en geloven dat andere problemen prioriteit hebben wat betreft handhaving. Als de FDA de aanval zou openen op homeopathie, zouden de voorstanders mogelijk zelfs het lobbygevoelige Amerikaanse Congres kunnen overtuigen voor ze in de bres te springen. Ongeacht dit risico zou de FDA niet moeten toestaan dat waardeloze producten worden verkocht met beweringen dat ze effectief zijn. Ook zou het niet langer moeten tolereren dat mensen bedrogen worden met de kwakzalverij van “elektrodiagnostische” apparaten.

In 1994 vroegen 42 prominente critici van kwakzalverij en pseudowetenschap de organisatie om de verkoop van homeopathische middelen aan banden te leggen. De petitie vraagt de FDA dringend een procedure in gang te zetten die ertoe zal leiden dat alle homeopathische middelen zonder recept aan dezelfde voorwaarden zullen moeten voldoen wat betreft veiligheid en effectiviteit als niet-homeopathische middelen zonder recept. Ze vragen ook om een overheidswaarschuwing dat hoewel de FDA de verkoop van homeopathische middelen toestaat, het deze niet als effectief beschouwd. De FDA heeft nog niet gereageerd op de petitie. Op 3 maart 1998 gaf de voormalige commissaris van de FDA, David A. Kessler, M.D., J.D., tijdens een symposium gesponsord door het blad Good Housekeeping echter toe dat homeopathische middelen niet werken, maar dat hij niet geprobeerd heeft ze te verbieden omdat hij dacht dat het Amerikaanse Congres een dergelijk verbod niet zou steunen [17].

Referenties
1. Kaufman M. Homeopathy in America. Baltimore, 1971, The Johns Hopkins University Press.
2. Hill C, Doyon F. Review of randomized trials of homeopathy. Review of Epidemiology 38:139-142, 1990.
3. Jacob J and others. Treatment of childhood diarrhea with homeopathic medicine: a randomized clinical trial in Nicaragua. Pediatrics 93:719-725, 1994.
4. Sampson W, London W. Analysis of homeopathic treatment of childhood diarrhea. Pediatrics 96:961-964, 1995.
5. Homoeopathic Medicine Research Group. Report. Commission of the European Communities, December 1996.
6. NCAHF Position Paper on Homeopathy. Loma Linda, Calif.: National Council Against Health Fraud, 1994.
7. Wise, J. Health authority stops buying homoeopathy. British Medical Journal 314:1574, 1997.
8. Dantas E. A systematic review of the quality of homeopathic pathogenetic trials published from 1945 to 1995. Homeopathy 96:4-16, 2007.
9. Hauck KG. Homeopathy and coronary artery disease. Homeopathy Today 17(8):3, 1997.
10. Michels DL. Regulatory letter to James M. Lyons, Dec 11, 1984.
11. Biotherapeutic Index. Baden-Baden, Germany: Biologische Heilmittel Heel GmbH, 1993.
12. Biotherapeutic Index, 5th revised English edition. Baden-Baden, Germany: Biologische Heilmittel GmbH, 2000.
13. Faline JJ. Regulatory letter to Josephine Perricone, June 11, 1987.
14. Barrett S. Letter to FDA Office of Freedom of Information, Feb 7, 1995.
15. Davis H. Letter to Stephen Barrett, M.D., April 24, 1995.
16. Pinco RG. Status of homeopathy in the United States: Important ominous developments. Memo to Willard Eldredge, president, American Association of Homeopathic Pharmacists, Jan 17, 1985.
17. Kessler DA. Panel discussion on herbal dietary supplements. Consumer Safety Symposium on Dietary Supplements and Herbs, New York City, March 3, 1998.


© HomeopathieNetwerk Sinds 2008 | HomepathieNetwerk is een onafhankelijk initiatief van drs. J.T.H.J. Dekkers en beoogt verspreiding, kennis- en netwerkvergroting van Homeopathie en Gezondheid in Nederland en Nederlandstalige gebieden.

Artikelen op HomeopatieNetwerk.nl, alsook onze nieuwsbrief, lezingen en cursussen, zijn uitsluitend bedoeld om de bezoeker te voorzien van informatie. Bij chronische, ernstige klachten, neem altijd een klassiek homeopaat in de arm. De Homeopaat maakt nu onderdeel uit van de officile lijst der erkende beroepen 2010-2011.