Het gelijksoortigheidsbeginsel: similia similibus curentur
Het gelijksoortigheidsbeginsel in de Homeopathie
[Similia Similibus Curentur]

Samuel Hahnemann en het gelijksoortigheidsbeginsel
Een substantie die bij een gezond persoon symptomen veroorzaakt die gelijk zijn aan het beeld van de zieke mens, dienen gepotentiëerd aan de zieke mens gegeven te worden, en hij zal genezen. Dit is, in makkelijke taal, het gelijksoortigheidsprincipe (of beginsel) dat Samuel Hahnemann bedacht in de 19e eeuw als een van de grondslagen van de homeopathie. Similia Similibur Curtentur: het gelijke met het gelijkende genezen.
Wat gebeurt er namelijk in het lichaam als men koud water ergens op zet? Dan zal het zenuwstelsel meteen een impuls geven aan de lichaamstemperatuur om dat lichaamsdeel van warmte te voorzien: het wil niet onderkoeld raken. Bij warm water gebeurt juist het tegenovergestelde: het lichaam gaat bijv. zweten, verliest warmte door de huid (via lucht bijv.). Het onttrekt warmte in plaats van behouden. En dit is wat men bij verbranding: warmte onttrekken!
Klassieke Homeopathie zet het lichaam aan tot zelfgenezing; het geeft een impuls aan de levenskracht om de orde te herstellen. Bij reguliere geneeskunde verlicht of onderdrukt men, maar zelden geneest men. De patiënt is op de korte termijn tevreden maar op de lange termijn geneest hij niet; daarom komen mensen zo vaak terug bij de dokter: ze vallen van de ene naar de andere klacht.
Universeel natuurlijk principe?
Het similia principe is een natuurwet: we vinden haar bijna altijd terug, met slechts een aantal uitzonderingen. De leer van het dualisme dat iets A maar ook B kan is bijna universeel. Dat wat leven kan brengen, kan ook doden. Datgene wat licht kan geven kan ook donkerte brengen. Eb en Vloed, zonsopgang en zonsondergang, bloei en neergaan, leven en dood, ziek worden en genezen.
Hahnemann was niet de eerste die het similia principe uitvond. Hippocrates en Paracelsus gingen hem voor. Paracelsus kende niet alleen het gelijksoortigheidprincipe al maar ook dat een substantie kleiner van dosis moest worden, wilde het geneeskrachtige werking uitoefenen. Hippocrates was alleen op de hoogte van de similia principe zelf. Zie ook de geschiedenis van de geneeskunde
Het principe en het gevecht tussen homeopathie en allopathie
Het homeopathisch gelijksoortigheidsprincipe “een geneesmiddel te kiezen dat in staat is een ziekte te veroorzaken die lijkt op de ziekte die het moet genezen” wijst op een antithese in de werking van medicijnen. De oorzaak van dit paradoxale effect ligt niet zozeer bij het geneesmiddel, als wel bij het organisme, dat over het algemeen als antwoord op een stimulus een secundaire reactie in tegengestelde richting vertoont. Hahnemann wist al van het bestaan deze reactie bij de publicatie van zijn eerste werk.
De visualiserende, synthetische, beeldende, holistische manier van denken binnen de homeopathie staat in scherp contrast met de analyserende manier van denken van de officiële geneeskunde. In de homeopathie past alles binnen een geheel terwijl de allopathie streeft naar causaal denken, in oorzaak en gevolg. Men snapt niet dat alle fenomenen een uiting zijn van een grootheid. Binnen het causale denken moet toch het besef staan dat juist omdat er een oorzaak en gevolg is er dus ook een verband is, dat wijst op een systeem, een groter geheel waarvan het resultaat slechts het buitenste, zichtbare puntje vormt. Het homeopathisch denkproces is gericht op overeenkomst. De wet van het gelijkende zelf is ontstaan uit een vergelijking van de uitwerking van een medicijn!
Aangezien al het homeopathische denken vanaf het allereerst experiment met de kinabast tot aan de nieuwste casus een vergelijkginsproces is dat op overeenkomst gericht is, is het noodzakelijk in analogieën te denken. Het in de orthodoxe geneeskunde algemeen gebezigde causale denken, het denken in termen van de tegenstestelden van oorzaak en gevolg, moet bijgevolg een denken in tegenstellingen zijn en moet logischerwijs leiden tot het contraria contraris curentur beginsel.
Gelukkig vindt de wet van de gelijkenden haar voorstanders door de geschiedenis heen, van denkers als Lao Tse, Hippocrates en Paracelsus, tot Hahnemann en zijn volgelingen. Laten we afsluiten met een mooie spreuk van die eerste, Lao Tse.
Wat je wil doen inkrimpen
Moet je eerst laten uitzetten
Wat je wil afzwakken
Moet je eerst laten versterken
Waar je van af wil
Moet je eerst ten volle tot leven laten komen
Het zachte overwint het harde.
-
Nieuwsbrief
Schrijf u in
-
Discussieer hierover in het forum
Naar het forum

