Geschiedenis Homeopathie Onderwijs en Institutionalisering
Geschiedenis en Huidige Stand van Zaken Onderwijs en Institutionalisering Homeopathie in Nederland
Vanaf 1948 heeft de lopende discussie over een academische leerstoel voor homeopathie nieuwe aandacht gekregen. Een tijdschrift uit de Benelux waarin de oprichting van een dergelijke leerstoel werd onderzocht verkocht 15.000 exemplaren en heeft bijgedragen aan een levendig debat. Twee jaar later werd het populaire boek van Voorhoeve (Homeopathie in de Praktijk) gepubliceerd welke een positieve invloed gehad op de verspreiding en de populariteit van homeopathie in Nederland, vooral onder het publiek. In 1951 werd de eerste homeopathie cursus aangeboden aan orthodoxe artsen. In 1960 werd een leerstoel opgericht aan de Vrije Universiteit van Amsterdam, om vorderingen te maken in het onderzoek van farmaceutische homeopathie. De leerstoel was tot 1993 in het bezit van H. G. Bodde, toen hij werd vervangen door Martien Brands. Deze leerstoel wordt ondersteund en gefinancierd door de Koninklijke Vereniging Homeopathie Nederland (KVHN). De medische faculteit van de Vrije Universiteit van Amsterdam heeft al decennia lang kritiek op de stoel en debatten over de kwesite hebben nog steeds plaats.
Inleidende cursussen over complementaire/alternatieve geneeswijzen zijn opgenomen in het curriculum van verschillende Nederlandse universiteiten. Artsen die opgeleid willen worden in de homeopathie kunnen parttime post-graduate opleidingen bijwonen hoewel deze geen officieuze titel opleveren. Artsen die de driejarige basiscursus homeopathie voltooien krijgen louter de benaming “Homeopathisch Arts ‘. Deze opleidingen en cursussen voor artsen worden aangeboden door de SHO
(Stichting Homeopathische Opleidingen, opgericht in 1982). Registratie moet om de vijf jaar worden verlengd, gebaseerd op bewijs van verplichte deelname aan de cursussen. Een disciplinaire commissie controleert en straft homeopathische wanpraktijken. Interessant genoeg werd homeopathie gedomineerd door mannelijke artsen voor 1970, maar na 1970 speelden vrouwen een steeds prominentere rol.
Sinds de jaren negentig hebben de Nederlandse klassieke homeopaat Jan Scholten, de Indiase klassieke homeopaat Rajan Sankaran en vooral de Griekse klassieke homeopaat George Vithoulkas een grote invloed gehad en zijn ze erkend door Nederlandse homeopaten. Momenteel kan in Nederland een onderscheid worden gemaakt tussen twee soorten homeopathie – en dus twee groepen van homeopaten. De eerste groep bepleit de klassieke vorm van homeopathie, voornamelijk beoefend door ‘lekenhomeopaten’ (die meestal geen universitaire medische graad hebben ontvangen) en de tweede groep bestaat uit artsen die een postacademische graad in de homeopathie hebben verkregen, de zogenaamde ‘ professionele homeopaten ‘. De meerderheid van Nederlandse homeopathische artsen schrijven merendeels symptomatisch en laaggepotentieerde homeopathische medicijnen voor naast conventionele therapie. Dit is feitelijk geen klassieke homeopathie, maar is meer vergelijkbaar met fytotherapie en werd door Voorhoeve homeotherapie genoemd. In Nederland wordt het echter op de markt gebracht als homeopathie en als zodanig gecategoriseerd omdat zij zich vasthouden aan het gelijksoortigheidsprincipe. De apotheken zijn
overspoeld met laagverdunde medicijnen. De volgelingen van Hahnemann (klassieke homeopaten) schrijven meestentijds hoog verdunde medicijnen voor (en slechts één geneesmiddel tegelijk). De klassieke vorm van homeopathie is het meest bediscussieerde vorm van homeopathie in Nederland, en ook in vele andere landen, vanwege de sterk verdunde geneesmiddelen die worden voorgeschreven en de twijfel die dat oproept bij tegenstanders. Vanwege deze twee ’stromingen’ in de homeopathie, zijn er ook twee werkgeversorganisaties in Nederland: De VHAN (Artsenvereniging voor Homeopathie) en de NVKH (Nederlandse Vereniging van Klassieke Homeopaten). Beiden namen deel aan de uitbreiding van homeopathie in Nederland. Deze verenigingen publiceerden beiden een tijdschrift voor hun leden (de “SSC ‘voor de VHAN en’ Homeopathie ‘voor de NVKH). Een derde organisatie, de KVHN, hoopt de homeopathie in het algemeen te bevorderen in Nederland.
De NVKH is verantwoordelijk voor de registratie van klassieke homeopaten in Nederland; de VHAN is verantwoordelijk voor de registratie van homeopathische artsen. Deze organisaties zijn ook actief op verschillende terreinen zoals onderzoek, het voorzien van educatieve mogelijkheden, de ondersteuning van haar leden, het bevorderen van de homeopathie, enz. De SHO is de belangrijkste tak van de VHAN. Het organiseert cursussen, symposia en opleidingen/onderwijs voor artsen die willen specialiseren in homeopathie.Daarom heeft de NVKH vele klassieke homeopathische onderwijsinstellingen door het hele land heen. De NVH is een volwaardig lid van de Europese Raad voor Klassieke Homeopathie. De educatieve voorschriften van het lidmaatschap van NVKH zijn in lijn met de Europese richtlijnen voor Homeopathische Onderwijs die zijn gepubliceerd door ECCH. Deze educatieve programma’s, die bestaan uit een opleiding van 5-6 jaar, zijn niet erkend of gesubsidieerd door de Nederlandse overheid. De scholen en hun afgestudeerden ontvangen hun erkenning van de beroepsverenigingen. Toch zijn er ongeveer 10 scholen voor Klassieke Homeopathie in Nederland –het merendeel van hen werd opgericht tijdens de jaren tachtig.
Homeopathie is nooit opgenomen in ziekenhuizen of klinieken in Nederland, althans niet in de tweede helft van de twintigste eeuw. Het laatste homeopathische ziekenhuis, gebouwd in 1913 in Oudenrijn, sloot haar deuren reeds tijdens de Tweede Wereldoorlog. In Utrecht en Amsterdam werden homeopathische klinieken gebouwd en geïntegreerd in normale medische ziekenhuizen, maar ze werden ook gesloten in de jaren veertig. Sindsdien wordt homeopathie niet beoefend in klinieken of ziekenhuizen.
-
Nieuwsbrief
Schrijf u in
-
Discussieer hierover in het forum
Naar het forum

